Het kabinet komt binnenkort met fiscale maatregelen om reparatie van elektronica aantrekkelijker te maken, zo blijkt uit antwoorden op Kamervragen van minister Van Veldhoven-van der Meer van Klimaat en Groene Groei.

Verder schrijft de minister dat de regering de komende jaren sterker inzet op circulair inkopen, met meer aandacht voor terugname, hergebruik en repareerbaarheid van producten. Volgens de minister informeert de staatssecretaris van Fiscaliteit en Belastingdienst de Tweede Kamer binnenkort over “de bijdrage van de fiscaliteit aan meer reparatie van huishoudelijke apparaten en andere productgroepen.” Daarmee voert het kabinet een eerder aangenomen motie uit.
Daarnaast werkt het kabinet aan de implementatie van de Europese Right to Repair-richtlijn. Het wetsvoorstel ligt momenteel voor advies bij de Raad van State. Daarna volgt behandeling door de Tweede en Eerste Kamer. Volgens de minister worden bedrijven straks verplicht “een groot aantal producten op verzoek van de consument te repareren wanneer deze defect zijn”. Zij verwacht daarbij geen hoge uitvoeringslasten voor bedrijven.
Conclusies van TNO
De minister onderschrijft ook de conclusies van TNO. Volgens het onderzoek kunnen consumenten door reparatie en refurbished producten, waaronder smartphones, tientallen tot honderden euro’s besparen. Bovendien blijven producten daardoor jarenlang langer in gebruik. De minister stelt dat deze uitkomsten bevestigen dat de circulaire economie niet alleen leidt tot minder grondstoffenverbruik en CO2-uitstoot, maar ook financiële voordelen biedt voor consumenten en ondernemers. Om reparatie verder te stimuleren richt het kabinet zich op drie sporen. Producten moeten beter repareerbaar worden ontworpen. Daarnaast wil het kabinet investeren in een betere reparatie-infrastructuur. Ook moeten consumenten eenvoudiger en goedkoper kunnen kiezen voor reparatie. Daarbij noemt de minister onder meer aandacht voor reparatie in het onderwijs, de ontwikkeling van een Nationaal Reparateursregister en betere informatie voor consumenten.
Ook bij overheidsaanbestedingen krijgt circulariteit een grotere rol. De minister ondersteunt voorwaarden die levensduurverlenging, terugname, hergebruik en hoogwaardige recycling bevorderen. De nieuwe Agenda Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen 2026-2030 moet overheden daarbij ondersteunen. Voor productgroepen zoals ICT wordt al gewerkt met circulaire inkoopmodellen, waaronder product-as-a-service.
Geen veranderingen in wettelijke garantie
Het kabinet wil de regels rond de wettelijke garantie niet aanpassen. Sinds 2022 ligt de bewijslast gedurende het eerste jaar bij de verkoper. Daarna moet de consument aantonen dat een gebrek niet door eigen gebruik is ontstaan. Volgens de minister is daarmee een “goede balans” gevonden tussen consumentenbescherming en de verplichtingen voor verkopers. Een verdere verlenging zou volgens haar “een onevenredige last” betekenen. Voor bedrijven die actief zijn met reparatie, refurbished producten en circulair ontwerp blijven verschillende subsidieregelingen beschikbaar via het Nationaal Programma Circulaire Economie. Tegelijkertijd benadrukt de minister dat financiële ondersteuning alleen niet voldoende is. Volgens haar kiezen veel consumenten nog steeds voor vervanging, ook wanneer reparatie goedkoper is en mogelijk blijft.
Meer informatie over het overheidsbeleid is hier te vinden.




